vrijdag 22 december 2017

Speelbare steden: een persoonlijk verhaal

Toen mijn dochter zes jaar geleden geboren werd, gingen er een groot aantal nieuwe werelden voor mij open. Naast de wereld van luiers en slapeloze nachten veranderde ook mijn gebruik en beleving van de openbare ruimte. De breedte van de stoep en losliggende stoeptegels werden ineens belangrijk. Eerst door mijn wandeltochtjes met de kinderwagen en een paar jaar later toen ze zelf - al strompelend - haar eerste rondje om het woonblok liep.

Ontdekkingsreis
Naast een zoektocht naar de dichtstbijzijnde speeltuinen (her)ontdekte ik tal van andere plekken voor een leuke (en educatieve) vrijetijdsbesteding, zoals het stadsparkje, schoolpleinen, de voetbalkooi, de kinderafdeling in de bibliotheek, de sloot bij ons achter en de commerciële binnenspeeltuinen. Allemaal publieke ruimten die een belangrijk onderdeel vormen in de ontdekkingsreis van mijn dochter. Dat zo’n ontdekkingsreis continu aan de gang is, is goed merkbaar als je bijvoorbeeld naar de buurtsuper loopt. Een wandeling die niet alleen drie keer zo lang duurt vanwege de kleine beentjes, maar ook doordat bijna alles interessant is: de bloemetjes uit de voortuinen, de blaadjes en takjes van de bomen in de straat, het inspectieluikje van lantaarnpalen, de kettinkjes aan de gele brandkranen, de etalage van de bakker, het fietsenrek, etc. Allemaal zaken die op haar ooghoogte veel meer opvallen en haar zintuigen prikkelen.