woensdag 24 september 2014

Pop-up City

Na het succes van het blog is er nu het boek: Pop-up city. Beide gaan over de invloed van spontane, tijdelijke burgerinitiatieven op de geplande stad.  Het boek doet een belangrijk pleidooi voor een stedelijke planning waarin voldoende flexibiliteit wordt ingebouwd zodat er voldoende ruimte is voor innovatieve en tijdelijke activiteiten van gebruikers. In het boek staan zeker honderd voorbeelden, variërend van leuke ideeën tot interessante projecten die het stedelijk landschap hebben veranderd. Daarmee is het boek een mooie momentopname van deze nieuwe stroming in het stedelijke speelveld.

Achtergrond
In 2004 publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een advies waarin zij de belangrijkste ontwikkelingen in de maatschappij samenvatte: Individualisering, Informatisering, Internationalisering, Informalisering en Intensivering. De zogenaamde vijf i's die staan voor meer keuzevrijheid voor het individu, minder afhankelijkheid van een groep, de toenemende communicatie- en interactiemogelijkheden via internet en 'social media', de globalisering, het losser worden van maatschappelijke verbanden, de opkomst van netwerkorganisaties en de behoefte aan variatie en continue verandering.

Initiatieven van onderop
De reden dat de Pop-Up City bestaat heeft voor een groot deel te maken met deze mondiale ontwikkelingen. Maar tegelijkertijd is het een reactie op de scheve verhouding tussen de gebouwde omgeving (geplande stad) en het dagelijks gebruik (geleefde stad). Of zoals de auteurs dat mooi en gedurfd zeggen: "Modern cities are a mixture of ego-driven architecture, profit-oriented pursuits, and long-term master plans. Office developments are designed for the first entity to use them, leaving inflexible spaces for future tenants once the original tenant packs their bags for greener pastures in the next fashionable building." De Pop-Up beweging is een reactie op en een manier om invulling te geven aan deze verstoorde relatie tussen de systeemwereld en de leefwereld. En tegelijkertijd is het een oproep naar een meer organische stedelijke ontwikkeling die flexibel en aanpasbaar is. Net zoals de samenleving.

zondag 7 september 2014

Leeszaal Rotterdam West: de democratische reactie

Onlangs was ik op bezoek in de Leeszaal in Rotterdam West. Een publieke ontmoetingsplaats die wordt gerund door bewoners waar taal, cultuur, verbeelding en participatie samenkomen. Alles volgens het principe van ‘halen en brengen’: in de vorm van tijd, kennis, ervaring, spullen, geld en netwerk. Dit veel geprezen bewonersinitiatief draait nu anderhalf jaar op volle toeren waardoor het mogelijk is om de eerste lessen te trekken.

In veel steden zijn er in de afgelopen jaren wijkbibliotheken gesloten. In Rotterdam sloten er maar liefst 18 van de 24. Dat riep in het Oude Westen de nodige weerstand op, maar een handtekeningenactie leverde niets op. Maurice Specht en Joke van der Zwaard, beide actieve wijkbewoners bedachten toen zoals ze dat zelf mooi noemen “een democratische reactie”. In plaats van de besluitvorming van de ‘geplande stad’ te beïnvloeden, gingen zij samen met buurtbewoners aan de slag om een eigen publieke voorziening op te zetten (‘geleefde stad’).

Dit past volledig in het ideaalbeeld van veel politici die het einde van de verzorgingsstaat hebben aangekondigd en de participatiesamenleving als alternatief naar voren schuiven. Wie echter de rapporten en onderzoeken leest over burgerparticipatie herkent al snel een patroon: de verwachtingen en resultaten van de doe-democratie zijn zeer divers. Wel zijn er verschillende zaken die de kans op succes kunnen verhogen. Aan de hand van de Leeszaal passeren hieronder de belangrijkste aanbevelingen de revue. De kopjes van de alinea's leiden de weg.

Ken je buurt
Specht en Van der Zwaard sloegen de handen in één nadat ze elders in Rotterdam een kleine, tijdelijk wijkbibliotheek hadden bezocht waar bewoners de dienst uitmaakte. Zoiets wilde zij ook. Een leeszaal, die niet de oude bibliotheek vervangt maar een publieke ontmoetingsplek waar boeken en lezen een prominente rol vervullen. De eerste stap die ze daarbij namen, is - wat mij betreft - bepalend geweest voor het huidige succes. Ze maakte geen beleidsplan, ze begonnen niet met het vinden van een locatie, maar ze begonnen met het voeren van gesprekken op bestaande ontmoetingsplekken in de wijk. Daar stelde ze open vragen: hoe ziet jouw ideale leeszaal eruit en wat ben je er bereid voor te doen? Ze gingen ook langs bij zelforganisaties en bewonersgroepen in de wijk. Men vroeg echter – zoals vaak gebruikelijk – om niet als groep mee te denken en mee te doen, maar als individu. Vooraf was namelijk al duidelijk voor de initiatiefnemers dat de Leeszaal moest draaien op individuen en niet op (etnische) groeperingen. Een slimme zet, omdat veel bewonersinitiatieven en publieke voorzieningen mislukken als gevolg van de onderlinge strijd tussen groepen die de ruimte willen claimen. Daarnaast past het beter bij de nieuwe vrijwilliger van de 21ste eeuw, die minder snel actief zal zijn binnen een vrijwilligersorganisatie waarin een groep of organisatie voorop staat.