zaterdag 24 mei 2014

Op zoek naar nieuwe verhoudingen

Stroom Den Haag organiseert dit jaar de zogenaamde Stadsklas. Gesprekken op locatie over ruimtelijke veranderingsprocessen, waarbij alternatieve en innovatieve praktijken van bewoners, kunstenaars, architecten en publieke ontwikkelaars centraal staan. Vorige week vrijdag was de aftrap in Amsterdam Noord, bakermat van een groot aantal inspirerende bewonersinitiatieven. Maar hoe ga je als professionele partij om met deze initiatieven?

De Stadsklas wil inzicht vergaren in de veranderende rol van de professional (gemeente, corporatie, architect, stedenbouwer, etc.) bij ruimtelijke vraagstukken. In een wereld waarin weinig traditionele financiële bronnen meer voor handen zijn, partijen meer en meer van elkaar afhankelijk worden en er - al dan niet noodgedwongen - wordt gekozen voor een meer organische aanpak met specifieke oplossingen in plaats van generieke. Een aanpak waarin ruimte wordt gegeven aan nieuwe partijen en disciplines. Oftewel: de overgang van ‘stad maken’ naar ‘stad zijn’, zoals dat een aantal jaren geleden al mooi is verwoord in het essay ‘Stedelijke vernieuwing op uitnodiging’.

Amsterdam Noord
Het is bij deze nieuwe invulling van ruimtelijke en maatschappelijke vraagstukken nog zoeken naar de juiste manier van samenwerken, communiceren, organiseren en ontwerpen. Amsterdam Noord, dat andere stukje Amsterdam aan de overkant van het IJ, was het ideale startpunt voor deze zoektocht. Veel bewoners en gebruikers hebben daar de politieke wens van ‘meer-zelf-doen’ in de praktijk gebracht en werken op verschillende manieren samen met traditionele partijen.

zaterdag 3 mei 2014

Het zelfoplossend vermogen van de stad

Nadat de storm rondom de begrippen Civil society, Actief Burgerschap, Doe-democratie en Participatiesamenleving net weer even was gaan liggen, gaf de Raad voor de Leefomgeving vorige week opnieuw voeding aan de zoektocht naar burgerkracht. In hun nieuwste advies ‘Toekomst van de Stad’ houden zij een pleidooi om het zelfoplossend vermogen in de samenleving beter te benutten. Het is niet te hopen dat beleidsmakers en politici dit als een vrijbrief zien om zich volledig terug te trekken. Zorgvuldigheid is namelijk gewenst.

In heel Nederland zie je steeds meer initiatieven die het gat dichten tussen markt en overheid. Individuen of groepen beheren buurthuizen en BewonersBedrijven, beginnen samen een moestuin op een stukje kijkgroen, lopen als stadswacht door buurten, treden op als bemiddelaars in burenruzies of zijn actief in een burenhulpcentrale.  Initiatieven die volledig passen in de veranderende verzorgingsstaat waarin van burgers wordt verwacht dat ze participeren, dat ze hun eigen kracht aanboren, verantwoordelijkheid nemen en zelfredzaam zijn.

Verwachtingsmanagement
De praktijk is echter een stuk weerbarstiger dan veel politici, kenniscentra en adviseurs ons willen doen geloven. Veel sympathieke pogingen, waar we weinig tot niets over horen, mislukken namelijk. Daarnaast is het de vraag voor welk probleem dit zelfoplossend vermogen een oplossing is? En waar deze initiatieven wel tot wasdom komen en waar niet? Justus Uitermark (Erasmus Universiteit) laat, in een voorbereidend essay voor het advies, zien dat zelforganisatie alleen kansrijk is wanneer de initiatiefnemers sterke netwerken hebben en zich richten op een welgesteld publiek. Daar waar die competenties niet bestaan en de overheid zich terugtrekt, moeten we dus ook minder verwachten. “In de praktijk willen we wel de authenticiteit, spontaniteit en de energie van zelforganisatie, maar accepteren we niet de grilligheid en ongelijkheid die eruit voortkomen”, aldus Uitermark. Mede dankzij dit essay nuanceert de raad in haar advies de reikwijdte van deze maatschappelijk initiatieven: “Zelforganisatie en het ontstaan van verschillen zijn twee kanten van dezelfde medaille”.