donderdag 7 juni 2012

Oranjekoorts geeft kleur aan openbare ruimte

Velen hebben het belang van de buurt als integratiekader gerelativeerd. Buren zijn niet meer zoals vroeger op elkaar aangewezen. Sociale cohesie zou ver te zoeken zijn. Buren zouden alleen nog een LAT-relatie met elkaar hebben ('living-apart-together'). De versieringen tijdens grote voetbaltoernooien lijken echter een tegenovergesteld beeld te laten zien. Hele straten worden oranje gekleurd. Met elkaar wordt er keihard gewerkt om de ‘oranjestraat van de stad’ te worden. Bij deze spontane explosie van burencontacten is de anders zo genegeerde openbare ruimte het stralende middelpunt. Of schijn bedriegt?

Voor iedereen, van niemand
Pleinen, straten, parken geven kleur aan een straat, buurt en stad. Of het nu gaat om het marktplein waar altijd wat te doen is, de winkelstraat waar mensen met verschillende leefstijlen elkaar ontmoeten, het buurtparkje waar we de hond uitlaten of de gemeenschappelijke binnentuin waar de kinderen samen spelen. Tegelijkertijd is er veel openbare ruimte in Nederland die geen speciale functie of identiteit heeft. Vooral in veel woonwijken is dit het geval. Als er al groene ruimte is, is dit eerder kijkgroen dan gebruiksgroen. Ook is vaak niet meer duidelijk van wie die vrij toegankelijke ruimte precies is, wie er gebruik van mag maken en wie voor het beheer zorgt. Waar het in het verleden nog werd gezien als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de bewoners om het portiek, de galerij en de directe woonomgeving netjes te houden, lijkt de openbare ruimte nu van niemand. Door maatschappelijke ontwikkelingen (individualisering, minder sociale banden met buren) is de gemeenschapszin behoorlijk afgenomen en daarmee ook het gezamenlijk gebruik - en de controle daarop - van de openbare ruimte.

Bron foto: www.ekinformatie.nl

Wij houden van…
Dit slaat echter radicaal om als Nederland deelneemt aan grote voetbaltoernooien. Dan krijgt de openbare ruimte ineens een hele andere betekenis en lijkt iedereen betrokken. Lantaarnpalen worden versierd, vlaggetjes worden over en weer gespannen, hele gevels worden beplakt met oranje plasticzeil en pleintjes worden omgetoverd tot café annex bioscoopzaal.
De vraag is of er daadwerkelijk sprake is van een toename van het vrijblijvend contact met straatgenoten. In 2006 interviewde ik Jeanet Kullberg van het Sociaal en Cultureel Planbureau die tijdens het Europees kampioenschap van 2000 onderzoek deed naar wat voetbalversieringen betekenen voor de betrokkenen en voor hun omgeving. Zij had een mooie verklaring voor dat ‘spontane’ gemeenschapsgevoel: “Op een hoger abstractieniveau zou je kunnen concluderen dat in het westen de nationale en lokale identiteiten onder vuur liggen door mobiliteit, schaalvergroting, individualisering en eenvormigheid. Het voetbal zorgt juist weer voor een collectieve identificatie, gepaard gaande met chauvinisme en territorialiteit. […] Waar het nationale elftal het eenheidsgevoel aanwakkert, streven straat- en buurtbewoners weer naar eigen identiteit en bijzonderheid: wie heeft de straat of flat het uitbundigst, origineelst of mooist versierd?”