woensdag 21 maart 2012

Inverdan te Zaanstad

Ik was vorige week in Zaanstad. Of beter gezegd, Zaandam. Een van de zeven kernen van Zaanstad. De gemeente die onder andere bekend is van de Zaanse Schans (molens!), de Albert Heijn en Verkade. Het is ook de stad waar je op bijna iedere hoek van de straat wel weer een nieuwe architectuurstijl vindt. Een gevolg van de eeuwenlange incidentenstedenbouw en de behoefte van Zaanstad om wonen en bedrijvigheid te mengen. Er is nu echter een nieuwe attractie: het centrum. Inverdan geheten. De vraag die het geheel oproept, is of we hier te maken hebben met goedkoop geveltoerisme of met een nieuw, bruisend stadshart?

Sociaal supervisor
Nu volgde ik de stedelijke ontwikkeling daar in het verleden al met enige interesse, omdat men aan het begin naast een stedenbouwkundig ook een sociaal supervisor had aangesteld. Een nieuw type professional, bedacht door het Verwey-Jonker Instituut, die een brugfunctie vervult tussen de fysieke en sociale discipline. Een persoon die naast al het fysieke geweld ook aandacht vraagt voor de  sociale kwaliteit - de menselijke kant - van de plannen. Door bijvoorbeeld in het ontwerpproces - aan de hand van sociale beelden - ook voldoende aandacht te vragen voor de gewenste identiteit. Daarnaast bewaakt de supervisor de samenhang (het totaal plaatje) en wijst op mogelijkheden om tijdens het ontwikkelingsproces gunstige sociale effecten te behalen. Voor Inverdan hield dat onder andere in dat er beter/slimmer is nagedacht over de sociale en vooral symbolische functie van het nieuwe stadshart. Een braakliggend terrein werd gebruikt voor een tijdelijke ijsbaan en de leerlingen van een nabijgelegen ROC hebben meegedacht over de plannen, bijvoorbeeld over de sociale veiligheid. Kees Fortuin, de sociaal supervisor aldaar schreef er eind 2006 een mooi essay over. Hij stipte daarbij een belangrijk aandachtspunt aan dat je in meer stedelijke ontwikkelingsprocessen ziet: “In de ontwikkeling van Inverdan is een breuk waarneembaar. In de overgang van theorie naar praktijk, van ambitie naar werkelijkheid zijn we ‘iets’ kwijtgeraakt. Dat ‘iets’ is de interactie met de bevolking, de samenhang met de bestaande stad, de koppeling tussen het grote en het kleine, de lijn van nu naar de toekomst. Onze dromen verdwenen naar de achtergrond en werden klussen. De inspiratie van de stad werd de inspiratie van ontwerpers en uitvoerders.[…] Voorheen spraken we van een hart voor de stad, […], binding, interactie. Nu hebben we het alleen nog maar over een nieuw stadhuis, een nieuw station, […]. De bezieling lijkt er uit.” Naar zijn mening verloor Inverdan de verbinding met de rest van de stad. “Sociale [in tegenstelling tot fysieke] activiteiten hoeven zich niet te beperken tot het plangebied. Je kunt de rest van Zaanstad voortdurend uitnodigen om het centrum ook vanuit de dorpen in bezit te nemen, mentaal en anderszins.”

zondag 11 maart 2012

New York's Grid

In 2011 was het 200 jaar geleden dat New York begon aan de aanleg van zijn befaamde schaakbordpatroon. Een matrix van loodrecht op elkaar staande straten. Een knap staaltje stedenbouw dat de stad heeft gevormd tot wat die nu is. Een historisch overzicht (incl. een fantastische interactieve kaart).

Hollands glorie
Stadskaart van New Amsterdam,
gebaseerd op het 'Castello Plan' uit 1660. Bron: Wikipedia
Toen de Nederlanders in 1626 het eiland Manhattan hadden ‘gekocht’ voor 60 gulden van de plaatselijke Algonquin-Indianen bouwden ze op de zuidelijke punt een nederzetting. Men begon met het ontwerp van een groot fort, maar uiteindelijk groeide het dorp vrij spontaan en werden de straten aangelegd zodra er behoefte aan bestond. Met in het midden een breed indianenpad (Broadway) dat het zuiden verbond met de landgoederen en dorpjes in het noorden, zoals Ha(a)rlem. Onder het bewind van Peter Stuyvesant verdubbelde de bevolking en omvang van het dorp. Aan de noordzijde werd het gebied beschermd tegen de Britten via een ommuring (Wall street). Deze verdedigingswal werd in 1653 afgerond. Het jaar waarin New Amsterdam ook stadsrechten kreeg toegekend.

Van de een naar de ander
In 1664 kregen de Britten het voor het zeggen in het handelscentrum met een inwoneraantal van 1.500 mensen. Grond die nog niet aan individuen was toegewezen, werd openbaar bezit. Doordat de handel floreerde,  groeide de stad snel. In 1728 overschreed New York de oorspronkelijke Nederlandse grenzen, zonder een duidelijk stadsplan. Wat nog altijd te zien is aan het onregelmatige stratenpatroon van ‘Lower Manhattan’.
Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog (1776-1783) werd New York door Britse troepen bezet en werd de grondspeculatie opgeschort. Twee grote branden verwoestten talloze gebouwen en de bevolking slonk van 20.000 tot 10.000. Ondanks dat werd New York de hoofdstad van de jonge Verenigde Staten. Door de 'Act of Confiscation' uit 1782 kon de stad grond onteigenen van degenen die met de Britten hadden geheuld. Hierdoor kwamen nu grote gebieden vrij voor ontwikkeling.