donderdag 23 februari 2012

Tactical Urbanism: Park(ing) day

'Tactical urbanism' is helemaal in. Dit is een koepelterm voor kleine, experimentele initiatieven die ervoor zorgen dat straten, pleinen en gebouwen leefbaarder worden. Het gaat vaak om informele, vernieuwende bewonersinitiatieven van tijdelijke aard die de interactie tussen de fysieke omgeving en haar gebruikers vergroot. Het heeft verschillende verschijningsvormen (excuses voor alle Engelse termen): guerilla gardening, park(ing) days, urban knitting, pop-up shops, guerilla painting, chair bombing, urban repair, street pianos, etc. De straatspeeldag in Nederland past ook wel voor een deel in dit rijtje. Tijd voor een nadere kennismaking, omdat je er zo'n heerlijk stadslente-gevoel van krijgt. Dit is deel 1 van een foto-essay over Tactical urbanism, te beginnen met Park(ing) day.

Park(ing) Day in Lille. Bron foto: http://my.parkingday.org/photo/a-lille-1/next?
Tactical urbanism is eigenlijk maar een van de termen die voor dit nieuwe stedelijke fenomeen wordt gebruikt. Anderen noemen het 'guerilla urbanism', 'pop-up urbanism' of 'D.I.Y. Urbanism', waarbij de afkorting staat voor Do It Yourself. In Amerika wordt het vooral gezien als een tegenhanger van de grootschalige, van bovenaf opgelegde stedelijke ontwikkeling door professionele partijen.

Park(ing) Day in San Francisco. Bron foto: http://rebargroup.org/parking-day
Wat de eerdergenoemde termen allemaal gemeenschappelijk hebben, is het verschijnsel dat stedelingen ongevraagd een plekje in de geplande omgeving opeisen en deze (tijdelijk) aanpassen. Lokale, creatieve oplossingen of impulsen op straatniveau. Soms heel serieus en soms met een dikke knipoog. Vaak voor de korte termijn en met weinig risico, maar soms groeien de experimenten ook uit tot een structurele verandering van de bebouwde omgeving.
Park(ing) Day in San Francisco. Bron foto: http://rebargroup.org/parking-day

Park(ing) day is een jaarlijks evenement in al meer dan 160 steden in 35 landen waarbij parkeerplekken voor één dag worden omgetoverd tot een parkachtige openbare ruimte. Door simpelweg geld in de parkeermeter te gooien, is het mogelijk om een kostbaar stukje stad voor korte termijn te huren en vervolgens naar eigen inzicht in te richten.

zaterdag 18 februari 2012

Arrival City

De Brits-Canadese journalist Doug Saunders schreef in 2011 de bestseller 'Arrival City' over de trek naar de stad. Een proces dat er voor heeft gezorgd dat er sinds vorig jaar wereldwijd meer mensen in de stad wonen dan op het platteland. The Guardian noemde het "the best popular book on cities since Jane Jacobs's The Death and Life of Great American Cities." Dat was genoeg reden om donderdag naar Leiden af te reizen waar Saunders een lezing hield.

Emancipatieproces
Voor het boek bezocht Saunders twintig stadswijken om de effecten van ruraal-urbane migratie te onderzoeken. Variërend van Mulund (Mumbai, India) en Santa Marta (Rio de Janiero, Brazilië) tot Kreuzberg (Berlijn, Duitsland) en het Amsterdamse Slotervaart. Vanuit het perspectief van individuele migranten beschrijft hij de verhuismotieven en vooral het proces om langzaam maar zeker te integreren in het nieuwe stadsleven. Daarnaast analyseert hij de aankomstwijken, die in zijn optiek grote overeenkomsten hebben als locaties voor transitie en integratie. Hij ziet deze aankomstwijken niet als chaotisch, afstotend en disfunctioneel, maar als een veilige haven voor nieuwelingen. Dankzij de beschikbaarheid van op migrantengroepen gerichte voorzieningen (winkels, religieuze instellingen) en vanwege de aanwezigheid van familie en gelijkgestemden die voor de belangrijke uitwisseling van goederen, hulp en informatie fungeren. Daarmee kiest de auteur expliciet voor de migrantenwijk als emancipatiemachine, terwijl anderen juist benadrukken dat deze concentratiewijken de taalvaardigheid, het opleidingsniveau en integratie van de bewoners negatief zou beïnvloeden.

zondag 5 februari 2012

Jong spreekt jong

Beleidsmakers en politici zijn dol op statistieken. Cijfers worden daarbij vaak als de waarheid gepresenteerd, terwijl de onderzoeksmethoden, de manier van tellen en het type respondenten vaak van grote invloed zijn op de daadwerkelijke betekenis van een cijfer.

Zo werden er bij de aanwijzing van de veertig zogenaamde krachtwijken door voormalig minister Vogelaar grote vraagtekens gezet bij de daarvoor gebruikte indicatoren. Zo zou het aandeel sociale huurwoningen en allochtonen iets zeggen of een wijk het predicaat ‘achterstand’ mag krijgen. Je hoeft niet van linkse huize te zijn om hier toch vraagtekens bij te zetten.
Ander voorbeeld. Bij het typeren van stadswijken wordt altijd het aandeel Marokkaanse, Turkse en Surinaamse huishoudens genoemd. Deze indeling zegt echter niets zonder nader aan te duiden tot welke politieke of godsdienstige richting de bewoners behoren of uit welke provincie ze afkomstig zijn. Zo bestaat de statistische groep Turken uit Turken, Koerden en Azeri-Turken. En dan is er nog het onderscheid tussen de vrijzinnige Alevieten en de orthodoxe moslims, en onder de laatste groep heb je nog de fundamentalisten. Marokkanen hebben hun Arabieren en Berbers. De Berbers zijn opgedeeld in stammen, die elk hun voorkeuren hebben voor bepaalde moskeeën. Bij de Surinamers heb je Creolen, Hindoestanen, Javanen, Indianen en Chinezen. In veel gevallen benadrukken deze subgroepen in het alledaagse leven hun eigen identiteit. Niet als reactie op de Nederlandse cultuur, maar meer als een gevolg van de aanwezigheid van de andere migrantenculturen. Voor wie dus bijvoorbeeld onderlinge contacten wilt stimuleren, moet verder kijken dan een simpel demografisch statistiekje.

Wie een stadswijk echt wil typeren, zal de cijfers moeten aanvullen met kwalitatieve, lokale informatie. Simpelweg door de wijk in te gaan en je oor te luister leggen bij de bewoners zelf. Zo krijg je het verhaal achter de cijfers. Het DNA van een wijk is immers niet uit statistieken te halen, maar alleen via de alledaagse observatie. Jos van der Lans heeft dat ooit eens als volgt verwoord: "Professionals moeten de statistische kennis van hun eigen systeemwereld combineren met de dynamische kennis van de leefwereld. Oftewel: de abstractheid van de statistiek combineren met de concreetheid van de straten."
In de Haagse Schilderswijk is onlangs op een ludieke manier geprobeerd om het verhaal achter de cijfers inzichtelijk te maken. Studenten van de Haagse Hogeschool interviewde 200 leeftijdsgenoten over hun leven. Hoewel de onderzoeksmethode misschien niet helemaal wetenschappelijk verantwoord is en de pers helaas weer met alleen de negatieve cijfers aan de haal ging, is dit onderzoek een welkome aanvulling op eerdere analyses. Zo geeft het bijvoorbeeld voor het eerst inzicht in de rol van de jongeren binnen het gezin. De jongeren gaven meerdere malen aan dat zij genoodzaakt zijn om te werken om zo voldoende geld binnen te krijgen om in de levensbehoeften van het gezin te voorzien. En vooral meisjes hebben vaak veel taken in het huishouden. In de statistieken zal je dit nooit terug zien. Net zoals de vele bijverdiensten in het grijze circuit door de andere gezinsleden. Niets is zoals het op het eerste gezicht lijkt.
Maar bovenal geeft de publicatie ’Jong spreekt Jong’ (pdf-bestand) een mooi inzicht in de leefwereld van de jongeren. Aan de ene kant komt het beeld naar voren van jongeren die ambities hebben en hard werken aan hun toekomst en het op school een stuk beter doen dan hun ouders. Aan de andere kant zie je ook de worsteling van de jongeren met hun verschillende leefwerelden (thuis, school en straat). Zo heeft de “migrantenwijk” zowel voor- als nadelen: het wonen in een wijk met gelijkgestemden waar je niet wordt aangekeken op een niet-Nederlandse achtergrond, maar waar tegelijkertijd voldoende verleidingen zijn om van het rechte pad af te wijken. Aan de andere kant staat die worsteling tussen de verschillende leefwerelden ook helemaal los van hun woonadres. Het heeft namelijk ook voor een groot deel te maken met hun plek in de Nederlandse maatschappij (leven tussen twee culturen in) en de fase in hun leven. Het zijn immers ook gewoon pubers die hun grenzen aan het verkennen zijn en die zich willen afzetten tegen hun school en ouders. Door middel van een groot aantal citaten laat het onderzoek zien dat iedere jongere daar op een andere manier mee omgaat. Er is dus niet één waarheid. Dat is jammer voor beleidsmakers en politici, maar een feest voor de stad.

Bron foto's: Ton Groenendijk Producties