dinsdag 31 januari 2012

Civic economy

Onderlinge betrokkenheid, actief burgerschap en de zelfredzaamheid van bewoners. Thema’s die, mede ingegeven door bezuinigingen, steeds meer op de voorgrond komen te staan. Maar bestaat deze ‘civil society’ wel in Nederland? Wat mogen we verwachten van het zelforganiserend vermogen van bewoners? En in hoeverre kan je dit als gemeente of corporatie stimuleren of faciliteren?

Voor wie sceptisch is over de 'civil society', zoals ondergetekende, moet het ‘Compendium for the civic economy’ eens lezen. In dit boek staan 25 inspirerende voorbeelden uit het buitenland die - ondanks de verschillende sociale en politieke context - diverse aanknopingspunten bieden voor dit Nederlandse vraagstuk. De ‘Civic economy’ gaat over maatschappelijke initiatieven die ingebed zijn in een alternatieve en vaak lokale economie. Projecten die volledig leunen op maatschappelijk ondernemerschap, innovatie en de bundeling van lokaal sociaal kapitaal en diverse netwerken. Projecten die ook laten zien hoe bewoners(groepen) en maatschappelijke ondernemers een bijdrage kunnen leveren aan de economie en het sociale welzijn van buurten. Maar bovenal zijn het initiatieven van onderop die aansluiten op de behoeften en vaardigheden van de gebruikers en die zonder overheidsbemoeienis tot stand zijn gekomen. En vooral dat laatste is erg interessant. Of het nu gaat om een ecologisch theater met amateurtoneel, een multifunctionele accommodatie die wordt gerund door buurtbewoners of om een creatieve werk- en ontmoetingsplek voor zelfstandigen, stuk voor stuk zijn het zichzelf bedruipende projecten waar lokale gemeenschappen de dienst uitmaken. Leunend op persoonlijke inzet, sociale netwerken en een diversiteit aan financiële bronnen.
Mijn enthousiasme is waarschijnlijk gestoeld op het hoopgevende karakter van de projectbeschrijvingen. Het laat zien dat bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties veel kunnen bereiken als de juiste mensen op de juiste plek samenkomen, kansen herkennen en deze vervolgens ook oppakken. Dat hoopgevende en geïnspireerde gevoel had ik al toen ik ze las, maar helemaal toen ik vorig najaar een paar projecten in Londen bezocht (hier later een keer meer over).

dinsdag 24 januari 2012

De stad van boven

Iedere planoloog of geograaf moet er op een gegeven moment aan geloven. Tenminste, vroeger was het verplichte collegestof: het boek ‘Ruimtelijke Ordening’ van Van der Cammen en De Klerk. Het boek geeft de geschiedenis weer van de geplande stad en laat zien hoe strak ons land geordend is. Dit aan de hand van de beschrijving van een groot aantal ruimtelijke plannen en vele rijksnota’s. Geen flauw idee of dit boek nog steeds op de literatuurlijst staat, maar toentertijd vond ik het door al die overheidsplannen soms wat taaie kost. Daar is nu gelukkig een oplossing voor.

Mijn versie van 1996 eindigt met een beschrijving van de nota’s die vooral een visie gaven op hoe Nederland de zeer open, concurrerende wereld van de 21ste eeuw moest gaan betreden. Een - volgens de nota’s en het eerste Paarse kabinet - economische en ruimtelijke competitie dat tot nog altijd herkenbare discussies leidden. Bijvoorbeeld over de Randstad als belangrijke (inter)nationale regio. Maar ook over het Groene hart en de realisatie van ecologische hoofdstructuren. En om de files te bestrijden werd het rekeningrijden geïntroduceerd en werd het ABC-locatiebeleid verder uitgewerkt. Een tijd waarin het internet nog voet aan de grond moest krijgen en de eerste palen van de vinex-wijken net de grond in gingen. De tijd vliegt…

vrijdag 6 januari 2012

Greening the ghetto

Een bezoekje brengen aan Ted.com is als een kind dat door de snoepwinkel loopt. Voor wie het niet kent: op Ted.com vind je inspirerende en baanbrekende lezingen van andersdenkenden. “Ideas Worth Spreading” is hun motto.  De bedoeling van TED is vooral om grote denkers én doeners een podium te geven om te proberen het publiek te overtuigen van hun visie of nieuwe ideeën. Elke spreker heeft maximaal achttien minuten de tijd voor zijn presentatie. De inhoud van de lezingen bevat geen zware theoretische kost. Het gaat namelijk niet om algehele dossierkennis, maar vooral om het kweken van begrip en bewustzijn en om toepassingen van de wetenschap te laten zien die bij kunnen dragen aan een betere wereld.

De thema’s zijn zeer verschillend. Ook op het vlak van de stad zijn er een paar interessante lezingen te beluisteren en te bekijken. Al een aantal jaren is mijn favoriet: “Greening the ghetto” van Majora Carter. In deze charismatische en emotionele presentatie vertelt ze over haar werk in het ‘South Bronx’ (New York). Een geïndustrialiseerd gebied met een groot aantal afvalverwerkingsinstallaties, elektriciteitscentrales, fabrieken en snelwegen. Ze is initiatiefnemer van ‘Hunts Point Riverside Park’, het eerste park in de South Bronx voor meer dan 60 jaar. En dat was het startpunt van een grootschalige en vraaggerichte wijkvernieuwing. Samen met een groot buurtnetwerk werkt ze aan het verminderen van de milieuproblematiek, het creëren van meer groene ruimten (parken, bomen) en werkgelegenheid. Dit alles ten behoeve van de gezondheid van de wijkbewoners.

Tegelijkertijd confronteert ze de kijker ook met de relatie tussen sociaal-economische achterstanden en gezondheidsproblemen. “Our 27% obesity rate is high even for this country, and diabetes comes with it. One out of four South Bronx children has asthma. Our asthma hospitalization rate is seven times higher than the national average.” Ook in Nederland bestaat die relatie tussen opleiding, inkomen en gezondheid. Het ministerie van VWS bracht een aantal jaar geleden een paar veelzeggende cijfers uit. Zo leven mannen met de laagste opleiding bijna 7 jaar korter dan mannen met de hoogste opleiding. Kijkend naar de ‘gezond ervaren jaren’ is het verschil zelfs bijna 19 jaar. Dat laatste komt omdat lager opgeleiden vaker last hebben van hartaandoeningen, overgewicht, rugklachten, astma, reumatische aandoeningen, psychische klachten en beperkingen van het bewegingsapparaat. En hun leefstijl en leefomstandigheden maken het dikwijls moeilijker om gezond te leven. Zo wonen zij vaker in buurten die een negatief effect hebben op de gezondheid (binnenmilieu woningen, ontbreken van parken en fietspaden en luchtvervuiling door de aanwezigheid van fabrieken of snelwegen). De vraag is natuurlijk wat hier precies oorzaak en gevolg is, maar al met al zijn het deprimerende cijfers. Majora Carter kan je echter opvrolijken, zij laat zien hoe je een omslagpunt kan creëren.

zondag 1 januari 2012

Le Medi

Je hebt van die projecten waarvan je niet helemaal precies weet wat je er van moet vinden. Projecten die tot stof ter discussie leiden. Of in ieder geval genoeg vragen oproepen. Le Medi in Rotterdam is zo’n soort project. Een nieuwbouwcomplex dat ik persoonlijk erg mooi vind en een echt stadslentegevoel van krijg, maar dat is allemaal een kwestie van smaak. De veel interessantere vragen zijn: is dit een invulling van het multicultureel bouwen en/of het multicultureel wonen? Is er een markt voor dit soort woonproducten? En zo, ja hoe ziet die er dan uit? En welke leefstijlen passen hierbij?

Multicultureel bouwen
De VROM-raad schreef in 2002 een advies over multicultureel bouwen en wonen met de veelzeggende titel ‘Smaken verschillen’. Het beschrijft de discussie of en hoe je de culturele diversiteit van Nederland ook in de gebouwde omgeving tot uiting kan/wil laten komen. In vormgeving, ontwerp en gebruiksmogelijkheden. Op basis van een onderzoek constateert de raad dat er wel meerdere projecten zijn op het gebied van multicultureel bouwen, maar dat deze vooral gericht zijn op woningplattegronden (open of gesloten keuken, ligging van het toilet) en op groepswonen voor ouderen. Veel minder aandacht is er voor de kant van de identiteit, vormgeving en de woonomgeving. Le Medi is echter een voorbeeld van het laatste.