dinsdag 27 december 2011

What's in a name?


Plattegronden geven een gemodelleerde weergave van het aardoppervlak: een geografische weergave van het platteland of de geplande stad. Aan de hand van verschillende soorten lijnen, vormen en kleuren krijg je een overzicht van de belangrijkste wegen, gebouwen en voorzieningen. Handig voor wie op pad gaat. Er zijn echter ook zogenaamde typografische kaarten, dit zijn kaarten met voornamelijk woorden. Woorden die binnen de fysieke structuren worden geplaatst om zo een sociaal thema of activiteit weer te geven: de geleefde stad.


Typografische kaarten werken aan de hand van verschillende gekleurde letters, lettertypen en lettergrootten. Tezamen zorgt dat voor een ander soort schematische weergave van de werkelijkheid. Een bijzondere typografische kaart is de achternamenkaart. Voor zover ik weet zijn er nu twee in omloop. Eentje van London en eentje van de Verenigde Staten. De laatste laat de top 25 zien van achternamen in iedere staat, het aantal malen dat die achternamen voorkomen en het land van origine. Daarmee geeft het op een interessante manier inzicht in onder andere de etnische spreiding. De kaart van Londen werkt via hetzelfde principe, maar is ook nog eens interactief. Je kan namelijk zelf aangeven of je de top 1, 2, 3, etc. weergeeft per stadsdeel.

Maar goed, ‘a picture says more than a 1.000 words’, ga dus vooral even kijken…
London

United States
Bron foto: Mark Webber - Amsterdam Linocut Print

vrijdag 23 december 2011

Gurgaon: de (on)geplande stad

Sinds 1991 maakt India een enorme economische groei door. De nieuwe middenklasse, die in het verleden hun heil in het buitenland zochten, zoeken nu hun onderkomen in satellietsteden met grote woningen en een openbare ruimte die schoon, heel en veilig moet zijn. Gurgaon, een voorstad van New Delhi, is zo’n plek. In tien jaar tijd is hier door drie à vier grote projectontwikkelaars een nieuwe leefomgeving gecreëerd voor circa 1,5 miljoen mensen. Een bijzondere stedelijke ontwikkeling waarbij het nog zoeken is naar de juiste verhouding tussen markt, overheid en bewoners.

Gated communities
Gurgaon is het industrieel en financieel centrum van de deelstaat Haryana. Nadat General Electric (GE), een mondiaal opererend technologie-, elektronica- en dienstenconcern, hier in 1997 zijn callcenter vestigde, volgden vele andere multinationale bedrijven, zoals Coca-Cola, Pepsi, Motorola, Ericsson en Nestle India. Aangetrokken door de nieuwste bedrijfsgebouwen en de aanwezigheid van vele jonge hoogopgeleide Indiërs en expats die zich tegelijkertijd in de nieuwe woonwijken vestigden.
De plaatselijke website omschrijft Gurgaon als volgt:  
“With access to amenities like private parking, sanitation and common area maintenance, the standards of life is certainly at par with any bustling American or European city. The quality of life in Gurgaon makes it a perfect end point for people looking for an above average life. Facilities like power backup and club areas with gymnasiums and health facilities are increasingly becoming the norm rather than an exception.”
Projectontwikkelaars spelen daarbij handig in op de zo gewilde Westerse consumptiecultuur en de wens om veilig in een afgesloten buurt te wonen met voldoende ruimte en groenvoorzieningen. De stad bestaat dan ook uit een groot aantal verschillende ‘gated communities’ waarbinnen bewoners alles hebben wat ze willen. Luxe woningen met bedienden, maar ook golfterreinen, wellnesscentra, restaurants en winkelcentra. Ook kinderen hoeven het terrein niet af te gaan om naar hun privéschool te gaan. Alles is binnen handbereik. Naast deze faciliteiten en de eerder genoemde veiligheid is de aanwezigheid van elektriciteit een belangrijke vestigingsmotief. Wie het kan betalen (via de servicekosten) wordt aangesloten op de (nood)aggregaten waardoor airco’s, televisies, koelkasten en computers het altijd doen. Een luxe in India. 

zaterdag 17 december 2011

Leven in een stadswijk

Hij stond alweer een tijdje in de boekenkast en dus werd het dit najaar de hoogste tijd om het ook eens te gaan lezen: 'Afri' van journalist Jutta Chorus over de Rotterdamse Afrikaanderwijk. Voor velen de wijk van de multiculturele markt en de losgeslagen tweede generatie Turken en Marokkanen. Het boek laat echter zien dat er – zowel in positieve als negatieve zin - nog veel meer gebeurt in deze migrantenwijk.
Chorus bivakkeerde anderhalf jaar in de wijk en beschrijft aan de hand van participerende observatie het verhaal van een aantal families die allemaal op hun eigen manier aan het rond- en vooruitkomen zijn. De geleefde wereld tot in detail beschreven.
Het is een boek dat past in een nieuwe traditie waarin journalisten voor langere tijd bivakkeren in een stadswijk. Zoals het zeer vermakelijke ‘Zwijgende portieken van de Haagse Schilderswijk’ en ‘Onze wijk’ over de volksbuurt De Graafsewijk in Den Bosch. Het moeilijke van deze onderzoeksmethode is altijd om voldoende binding te krijgen met de geïnterviewden zodat ze je net iets meer vertellen, maar tegelijkertijd dien je ook objectief te blijven. Daarnaast is er altijd de moeilijke opgave om anekdotes ook in een groter kader te kunnen plaatsen en om hoofd- en bijzaak van elkaar te scheiden. Hoewel ‘Afri’ een hele interessante kijk in de keuken is van deze stadswijk en zeer goed te lezen is, merk je dat Chorus toch zo nu en dan in deze valkuilen is gestapt. Vooral naar het einde toe ontstaat een wat eentonig verhaal waarin de verschillende familieproblemen de overhand krijgen. Het begint dan helaas meer te lijken op een script van een soap. Waargebeurd. Dat dan weer wel.

zondag 11 december 2011

Belgische toestanden?


Deze zomer stuurde de huidige minister van Infrastructuur en Milieu de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte naar de kamer, waarbij het woord ‘ruimte’ (in figuurlijke en letterlijke zin) de overhand had: “Nederland heeft ruimte nodig. Ruimte om te leven en te bewegen. Ruimte om economisch te kunnen blijven groeien. Ruimte voor burgers en bedrijven om initiatief te nemen. Het Rijk kan en wil niet alles zelf doen. Vertrouwen is de basis. Het roer moet daarvoor om. We geven ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, zelf beslissingen te nemen en geven ruimte aan burgers en bedrijven voor initiatief en ontwikkeling. […] Het Rijk wil de beperkte beschikbare middelen niet versnipperen. Het investeert dáár waar onze nationale economie er het meest bij gebaat is, in de stedelijke regio’s van Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven.”

Dit alles leverde uiteraard een hoop reacties op. Bert Popken, directeur Projectontwikkeling bij de gemeente Groningen deed dit kernachtig in een column: “Wat ik heel erg mis is de analyse waarom het Rijk deze keuzes maakt. Is het fenomeen van de achterstandswijk in fysieke zin voorbij? Is het bewust beleid om ‘de corporaties het op te laten lossen’? Of is het simpelweg ‘populistisch beleid’ net als de 130 kilometer-maatregel: als we de Telegraaf maar halen met een mooie onderbuikuitspraak: ‘een beetje België is niet zo erg’. Ik vrees dat er bij het Rijk geen ‘grote-gedachte’ achter zit: ‘zoek het maar even uit in Overig Nederland'.”

vrijdag 9 december 2011

To be or not to be?

Portrait of a generation (Montfermeil, Frankrijk, 2004) by JR http://www.jr-art.net/
Alweer een paar jaar geleden interviewde ik oud-collega Leeke Reinders (Onderzoeksinstituut OTB, TU Delft) over stedelijk beleid in de Franse banlieues. In 1998 en 2001 deed hij in Parijs een antropologisch onderzoek naar de verhouding tussen stadsbewoners en de gebouwde omgeving in Sarcelles, een voorstad vijftien kilometer ten noorden van Parijs. Hij onderzocht daar hoe de ontworpen ruimte (harde stad) is getransformeerd tot een door mensen geleefde en beleefde ruimte (zachte stad). Vragend naar de oorzaak van de rellen die toen speelde, refereerde hij vooral naar de hoge jeugdwerkloosheid en alles wat daarmee samenhangt. “Naast de slechte sociaal-economische vooruitzichten, leeft in verschillende delen van de Franse samenleving de idee dat jongeren de hoofdoorzaken zijn van alle sociale kwaden. Dit alles leidt ertoe dat jongeren zich sterk gemarginaliseerd voelen, wat een rijke bron van frustratie is. Het niet serieus worden genomen, met in zijn ergste vorm discriminatie, zorgt voor een sterk gevoel van onrechtvaardigheid. Op verschillende manieren treden zij daarom in het openbaar om hun bestaansrecht op te eisen, dat hen in hun ogen wordt ontzegd door cameratoezicht en patrouilleerde en fouillerende politie.” 

Deze zomer moest  ik aan dit verhaal denken toen ook in Engelse steden demonstraties en rellen ontstonden. Een land waar het verschil tussen arm en rijk alleen maar toeneemt. Ondanks Tony Blairs beloften verdienen de armsten hier nu per saldo minder dan 30 jaar geleden. De rellen gingen dan ook niet over politiek, maar over de kloof tussen de bevoorrechten en diegenen die op de rand van de afgrond leven. Zij die niet het gevoel hebben deel te nemen aan de maatschappij, terwijl ook zij (opgezweept door reclames) de nieuwste computer, sportschoenen of mobieltje willen hebben. De protestmars ging dan ook niet richting stadhuis, maar rechtstreeks naar de winkels om ze leeg te roven (zie ook het artikel van journalist Doug Saunders).

Het andere verhaal

Sommige wijken van een stad genieten landelijke bekendheid. De Jordaan in Amsterdam stond altijd synoniem voor getapte humor en gezelligheid. Geen rosse buurt genoot decennia lang zo’n reputatie als het Rotterdamse Katendrecht. En geen volkswijk had zo’n reputatie als de Schilderswijk met zijn opstootjes en knokpartijen bij de nieuwjaarsviering. In het buitenland is dat al niet anders. Denk aan de Franse banlieues, het Londense EastEnd en het Harlem van New York. Ons beeld wordt daarbij voor een groot deel gevormd door wat we lezen en horen in de traditionele media. Na een persoonlijk bezoek blijken imago en identiteit vaak ver uit elkaar te liggen.

Met Detroit is dat al niet anders. De stad maakte in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw deel uit van de Rust Belt, het voormalige industriële hart van de Verenigde Staten. Dankzij meer dan honderden autofabrikanten, waaronder Ford, General Motors en Chrysler kreeg de stad haar bijnaam 'Motor City'. Door op alle mogelijke manieren te voldoen aan de wensen van de auto-industrie ontwikkelde de stad en omliggende regio zich in record tempo op allerlei gebieden. Zo werd Detroit onder andere de bakermat van Motown (een portmanteau van de woorden motor en town).
Zoals iedereen weet bestaat de florerende fabrieksstad van weleer niet meer. De monotone economie werd ook de grootste valkuil. De auto-industrie werd steeds meer verplaatst naar lagelonenlanden. De daaropvolgende massaontslagen zorgden voor werkloosheid, een leegloop van de stad en dalende huizenprijzen. Met grote gevolgen voor de stad en haar bewoners (Michael Moore bracht een soortgelijk verval inzichtelijk in beeld in zijn documentaire Roger & Me over het stadje Flint, zo'n 110 kilometer ten noorden van Detroit). De kredietcrisis, stijgende olieprijs en dalende vraag naar typische Amerikaanse auto's zoals de SUV in de afgelopen jaren hebben daar ook niet echt bij geholpen. Meer fabrieken sloten hun deuren. Van de bijna 2 miljoen inwoners zijn er nog maar 700.000 over. Leegstaande gebouwen en buurten zijn er in overvloed (zie kaart). Time Magazine gaf in september 2009 een krachtige samenvatting van de problemen: "By any quantifiable standard, the city is on life support. Detroit's treasury is $300 million short of the funds needed to provide the barest municipal services. The school system, which six years ago was compelled by the teachers' union to reject a philanthropist's offer of $200 million to build 15 small, independent charter high schools, is in receivership. The murder rate is soaring, and 7 out of 10 remain unsolved. Three years after Katrina devastated New Orleans, unemployment in that city hit a peak of 11%. In Detroit, the unemployment rate is 28.9%."

Dit is echter maar een deel van het verhaal. In Detroit Lives laat een bekend schoenenmerk (!) ons namelijk kennis maken met allerlei nieuwe, lokale initiatieven. Een indrukwekkende documentaire die een ander verhaal vertelt dan de koude statistieken. Een grote groep vrijwilligers, werklozen, studenten, sociale ondernemers en kunstenaars (zoals in het Heidelberg Project) gaan juist uit van de kansen die er zijn en werken op die manier aan de nieuwe vormgeving van de voormalige fabrieksstad. Waarbij passie en creativiteit het wint van planning en regels.

Bron foto: structureHUB
 
Meer lezen? Zie onder andere A City Lover's Guide to Detroit

donderdag 1 december 2011

Stadlente boeken

Dit blog gaat over het raakvlak tussen de geplande en geleefde stad. Het beschrijft inspirerende projecten, artikelen, boeken en eigen observaties. En het verbeeld de mooie, leuke en spannende kanten van de stad. Het gaat over het benutten van kansen, over creativiteit en onorthodoxe maatregelen. Samengevat met de term 'Stadslente'. Een moeilijk te omschrijven begrip. Het is meer een gevoel. Zoals de eerste lentedag. In de vakliteratuur zijn er verschillende boeken die dit gevoel (gedeeltelijk) oproepen. Hieronder een nog niet uitputtend lijstje. Ter inspiratie en vermaak.
Veel leesplezier.
Aanvullingen? Stuur een reactie!