woensdag 24 augustus 2016

Op zoek naar nieuwe verhoudingen (de publicatie)

Stedelijke vraagstukken zijn van alle tijden, maar de laatste jaren staat vooral de vraag centraal wie de stad gaat vormgeven. Gebeurt dat op dezelfde manier als in de afgelopen zestig jaar waarbij de traditionele partijen, zoals gemeenten, corporaties en ontwikkelaars het voortouw nemen? Partijen die van bovenaf en met behulp van vooral statistieken en wensbeelden de ruimte en de samenleving proberen te ordenen? Of ontstaat er een nieuw stedelijk speelveld waarin deze wensbeelden van beleidsmakers meer wordt verweven met de behoeften, ervaringen, potenties en initiatieven van burgers en nieuwe stadsmakers? In de publicatie 'Op zoek naar nieuwe verhoudingen' van de Haagse Hogeschool (juli 2016) beschrijf ik op basis van mijn eigen observaties en ervaringen de zoektocht van partijen naar deze nieuwe rol- en taakverdeling. In dit artikel een samenvatting en verwijzingen naar leestips.

Geplande - geleefde stad
Binnen het stedelijk speelveld is er een bepaalde spanning tussen aan de ene kant de wensbeelden en werkwijzen van overheden, planners en beleidsmakers en aan de andere kant de dagelijkse werkelijkheid van burgers. Tussen beleidsmakers die werkinstructies schrijven (‘hoe het zou moeten’) en de uitvoerders (‘hoe het daadwerkelijk werkt’). Het is ‘de stad zoals die wordt gemaakt en bedacht’ tegenover ‘de stad zoals die wordt beleefd, ervaren en ingevuld’. Dat is wat in de publicatie (en op dit blog) wordt bedoeld met de spanning tussen de geplande en geleefde stad.

maandag 27 juni 2016

Geprivatiseerde openbare ruimte: vloek of zegen?

In steeds meer steden is de openbare ruimte in handen van bedrijven. Deze zogenaamde 'Privately Owned Public Spaces' (POPS) zijn bijzondere openbare ruimten die toegankelijk zijn voor het publiek, terwijl ze wel in het bezit zijn van ondernemingen die hun eigen regels kunnen opstellen. Wat zijn de ervaringen in Toronto, New York en Londen? En de hoofdvraag: wat zijn de voor- en nadelen?
Verder lezen »

zaterdag 4 juni 2016

Van de nood een deugd maken: bestrijding winkelleegstand

Binnen de gebiedsontwikkeling wordt nog wel eens getwijfeld of de tijd van grootschalige nieuwbouwplannen echt voorbij is of dat we ons in een ‘tussentijd’ bevinden. Binnen de detailhandel is die onzekerheid er niet. Er is op dit moment simpelweg teveel winkeloppervlak ten opzichte van de vraag. Duidelijk zichtbaar in veel steden door de leegstaande winkels. Allerlei partijen zijn nu op zoek naar manieren om die gaten op te vullen. Door bijvoorbeeld het mengen van functies, deregulering, belastingen en door tijdelijke huurcontracten. 

Economische voorspoed
In de jaren negentig van de vorige eeuw hadden veel steden ambitieuze nieuwbouwplannen dankzij de economische voorspoed en het neoliberale denken. Steden waren bang om zowel nationaal als internationaal de slag te verliezen en wilden daardoor actief en risicodragend investeren in woningbouw, detailhandel en kantoren. Overheden, corporaties en marktpartijen investeerden er flink op los. Een flink aantal grootschalige, ingrijpende stedelijke ontwikkelingsopgaven waren het gevolg van dit 'groeidenken'. Dit had ook zijn weerslag op de detailhandel. Naast een groei van het aantal winkels door functieverandering en door nieuwbouw op inbreidingslocaties werd het vloeroppervlak ook vergroot door de bouw van grote (overdekte) winkelcentra (o.a. Rotterdam Alexandrium, MegaStores Den Haag, Woonmall Villa ArenA of over de grens: CentrO in Oberhausen en Wijnegem in Antwerpen).

Temporama

Partijen zijn druk op zoek naar nieuwe winkelconcepten om (tijdelijk) invulling te vinden voor de toenemende leegstaande winkelpanden. Maastricht steelt op dit moment de show door als eerste stad het voormalige V&D pand te hergebruiken via een vernieuwend winkelconcept.

Temporary Lane
De zogenaamde Pop-Up Store is ondertussen in veel steden een beproefd recept (zie ook het bericht 'Van de nood een deugd maken' over de achtergronden en oplossingen rondom winkelleegstand). De Pop-Up Store is een winkelconcept waarbij ondernemers voor een korte tijd hun goederen verkopen in een tijdelijke winkel. Als test, om tijdelijk offline te gaan of vanwege een seizoensgebonden product. Het creatieve bureau Comosie uit Hasselt heeft dit concept van de 'pop-up store' naar een hoger niveau getild. Vorig jaar organiseerde zij in het Vlaamse Genk de zogenaamde 'Tempola Design'. Een winkelstraat bestaande uit een aaneenschakeling van verschillende tijdelijke shops die thematisch met elkaar zijn verbonden. Op deze manier worden meerdere leegstaande panden getransformeerd tot een bruisende winkelstraat en ontstaat er ruimte voor unieke winkelconcepten. Het aanbod wordt daarmee zowel in kwantiteit als diversiteit vergroot wat een gunstige uitwerking moet hebben op de aantrekkelijkheid van een bepaald winkelgebied. Tegenwoordig zien veel winkelstraten er immers hetzelfde uit door de macht van de grotere ketens. Het gewenste effect, aldus Comosie, is dat van een stedelijke defibrillator: "een positieve impuls om het (tijdelijke) hartfalen in de straat te verhelpen en de doorstroom opnieuw op peil te krijgen".

vrijdag 20 mei 2016

Stadslandbouw

Foto door Martijn Zegwaard
'Urban agriculture', 'urban farming', 'community gardening'. Hoe je het ook noemt, stadslandbouw is een niet meer weg te denken trend. Zeker met de opening vandaag van Europa's grootste stadsboerderij. In Den Haag wordt op de zesde etage van een voormalig kantoorgebouw vis gekweekt en op het dak staat een enorme kas die voor 50 ton aan groenten per jaar gaat produceren. Grootste voordeel: door voedsel dichtbij huis te produceren en gebruik te maken van een efficiënte en duurzame techniek wordt het milieu zo min mogelijk belast. 
Verder lezen »

woensdag 18 mei 2016

De waarde van het alledaagse

Hoe beleidsmakers, bestuurders en politici tegen bepaalde stadswijken aankijken, kunnen we regelmatig lezen in diverse wijkvisies, raadsstukken, krantenartikelen en jaarplannen. Maar hoe ziet het dagelijks leven in deze wijken er daadwerkelijk uit? In de publicatie 'De waarde van het alledaagse' beschrijven de auteurs drie wijken uit Noord-Brabant door de ogen van bewoners. Daarnaast tonen zij hoe onderzoek naar de dagelijkse werkelijkheid in zijn werk gaat en doen zij op basis van hun bevindingen een pleidooi voor een herbezinning van het werk van de professional. 

Geplande en geleefde stad
De stad is een complex fenomeen waar we eigenlijk nog weinig van weten. Dat komt doordat er verschillende partijen, belangen en vooral zienswijzen zijn. Er zijn namelijk verschillende manieren waarop je naar een gebied of een samenleving kan kijken. Op dit blog samengevat met de relatie tussen de geplande en de geleefde stad:
  • De geplande stad heeft betrekking op bestuurders en beleidsmakers van overheden (rijk, provincies, gemeenten) en de daar (in)direct aan gelieerde instellingen (zoals welzijnsinstellingen en corporaties). Partijen die hun toekomstvisie op de stad proberen te verwezenlijken via plannen, procedures, wetten, regels en hun aanbod.
  • Daarnaast is er de geleefde stad die veel meer denkt en werkt vanuit wat mensen ervaren en beleven in de dagelijkse praktijk. Dat zijn uiteraard de bewoners zelf, maar ook de uitvoerders van bepaalde organisaties. Zij werken van onderop en gaan uit van de behoefte van de klant, cliënt of bewoner.
Het is kort gezegd de stad zoals die wordt gemaakt en bedacht tegenover de stad zoals die wordt beleefd, ervaren en ingevuld. In het boek 'De waarde van het alledaagse' geven de auteurs ons op een knappe manier meer inzicht in dat laatste. Daarbij zijn ze vooral op zoek gegaan naar de betekenissen die bewoners geven aan hun woonomgeving en de leefbaarheid. Niet door gebruik te maken van (vaak nietszeggende) statistieken, maar door te noteren hoe bewoners zelf invulling geven aan deze beleidstermen. Wat verstaan bewoners onder leefbaarheid? Wat vinden zij daarbij (on)belangrijk? En hoe geven zij zelf vorm aan de leefbaarheid in straten en buurten?

dinsdag 26 april 2016

Eyes on the street: Jane Jacobs

Het is alweer tien jaar geleden dat Jane Jacobs, de Amerikaans-Canadese schrijfster, activiste en urbaniste, overleed. Gelukkig wordt volgende week haar 100ste geboortedag groots gevierd met congressen en wandelingen. En terecht, want ze is een goeroe op het gebied van de stadssociologie en heeft de vakwereld van planologen, architecten en geografen op haar kop gezet door te laten zien dat je op meerdere manieren naar een stad, wijk en samenleving kan kijken. Wat haar extra bijzonder maakt, is dat haar gedachtegoed nog altijd springlevend is. Zaken als placemaking, walkable communities, tactical urbanism, spontane stedenbouw, natuurlijke wijkvernieuwing, ‘stad zijn’ (i.p.v. plaats van ‘stad maken’) en het belang van lokale productie (stadslandbouw) en betekenisvolle ontmoetingsplekken liggen allemaal in het verlengde van haar visie op de stad.

New York
In 1934 verhuist Jane Butzner (Jacobs meisjesnaam) naar New York waar ze in haar eerste jaren vooral werkt als stenograaf en freelance journalist over stedelijke onderwerpen. In dit werk ontwikkelt zij haar eerste onvrede met de gangbare stedelijke ontwikkeling. Deze bestaat op dat moment vooral uit functiemenging en de sloop van woongebouwen ten behoeve van kantoren en verkeer. In haar ogen worden hierdoor onnodig de binnenstedelijke gemeenschappen vernietigd/uitgehold en ontstaan geïsoleerde, onnatuurlijke stedelijke ruimten. Het wordt uiteindelijk haar leidmotief: steden zijn er voor mensen (“foot people”) en niet voor auto’s. Ze loopt voorop in demonstraties tegen bureaucraten en stedenbouwers die wilde toekomstplannen hebben met haar eigen wijk (Greenwich Village), dat daardoor niet tegen de vlakte gaat. In 1962 wordt ze voorzitter van de Joint Committee to Stop the Lower Manhattan Expressway dat strijdt tegen de plannen van het hoofd stadsontwikkeling Robert Moses die vooral bekend stond om zijn masterplannen en zijn voorkeur voor snelwegen (i.p.v. openbaar vervoer en voetgangers).

vrijdag 11 maart 2016

De aanhoudende populariteit van grote steden: vraag of aanbod?

Op basis van diverse doorrekeningen (en ingegeven door verschillende ambities) verwachten de gemeente Rotterdam en Den Haag de komende jaren nog flink te groeien. Maar in hoeverre is dit wens of werkelijkheid? En hoe moeten we de cijfers van de diverse prognoses eigenlijk interpreteren? Een artikel over het spelen met cijfers.

In een vorig artikel op dit blog zagen we dat de gemeente Den Haag tussen 2002 en 2015 met circa 4.400 personen per jaar groeide. En dat de gemeente Rotterdam sinds 2008 weer groeit met circa 4.200 personen per jaar. Beide door een geboorteoverschot en een positief buitenlands migratiesaldo. De vraag is of deze groei zich de komende jaren voortzet. Hoewel het nog een maandje wachten is op de nieuwste prognoses van het WoonOnderzoek Nederland (WOoN) zijn beide gemeenten op dit moment al druk in de weer met een nieuwe woonvisie.